welkom op leefbaarhilversum.nl

Actueel

Alternatieve woonomgeving

Alternatieve woonomgeving

Inleiding

In de aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezingen viel het Leefbaar Hilversum tijdens de debatten op dat de volgende punten keer op keer aan de orde kwamen

  1. Zorg en Welzijn en de organisatiewijze van Versa
  2. ‘Tekort’ aan sociale woningen.
  3. Doorstroming naar het middensegment woningen.
  4. Werkloze 50+ers aan het werk krijgen.
  5. Eenzaamheid bij ouderen bestrijden.

Wat Leefbaar Hilversum verder opviel is dat er voor ieder onderdeel een aparte discussie gevoerd werd waarbij de politici per punt een oplossing in huis denken te hebben.

Leefbaar Hilversum stelt dat hier een samenhang te vinden is van zaken in het sociaal domein.
Kunnen we als politiek niet beter de paraplufunctie opzetten en een gemeenschappelijke oplossing hiervoor vinden? Daarom wil Leefbaar Hilversum de voortrekker zijn van de ‘Alternatieve woonomgeving’.In navolging van praktijkvoorbeelden dient Hilversum het lef te hebben om te zoeken naar de mogelijkheid van deze ‘Alternatieve woonomgeving’.
Voor vele van de hierboven genoemde punten wordt hierdoor meteen een mogelijke oplossing geboden.
Interactie tussen ouderen en de gemeenschap om hen heen. Dat is de inzet van Leefbaar Hilversum.

Markt bouwt niet wat ouderen willen
In Nederland zitten zo’n 1 miljoen senioren op het vinkentouw om te verhuizen, maar ze stellen de beslissing steeds uit. Dat heeft te maken met een gebrekkig aanbod aan geschikte alternatieven. Ze willen best verkassen, maar alleen als het nieuwe huis aan hun wensenlijstje voldoet.
Het Woningmarkt Expertise Centrum (WEC) van de Erasmus Universiteit in Rotterdam onderzocht vorig jaar de invloed van de vergrijzing op de woningmarkt en zag dat ouderen zich van generatie op generatie anders gedragen als het om wonen gaat. Zo wonen er tegenwoordig veel meer ouderen in een eigen huis dan vroeger en zal het eigen woningbezit naar verwachting ondanks de vergrijzing blijven toenemen. Begin jaren tachtig van de vorige eeuw woonde veertig procent van de 55-jarigen in een eigen huis, nu is dat zestig procent.

De traditionele wooncarrière, van een etage of een flat naar een eengezinswoning en weer terug naar een (huur)appartement, is minder vanzelfsprekend geworden. Ouderen hebben tegenwoordig meer wensen op het gebied van ruimte, comfort en voorzieningen. Bovendien zitten ze in hun – ‘in de goede tijd’ – gekochte huis financieel op rozen; ze wonen er naar verhouding goedkoop. Dat maakt de beslissing te verhuizen – of het nu naar een koop- of een huurhuis is – extra moeilijk.
Zolang ze nog fit en vitaal zijn, gruwen ouderen bovendien van het label ‘seniorenwoning’.
Mensen van 55, 60 jaar zijn relatief rijk en kieskeurig. Wat je beslist niet moet doen, is hen al te nadrukkelijk ouderenvoorzieningen aanbieden. Als het ware erbij vertellen dat je in dit appartement dood kunt gaan, is zacht gezegd geen verkoopargument. Projectontwikkelaars hebben geleerd: als je over ziekte en ouderdom begint, verkoop je niets. Dan kiest de potentieel grote groep senioren die op zoek is naar een ander huis liever voor de second best oplossing: blijf zitten waar je zit.

Twijfelouderen
Laagland’advies, een adviesbureau voor wonen, welzijn en zorg, deed onderzoek naar de groep zogeheten ‘twijfelouderen’ in de provincie Brabant. Dit zijn senioren die wel willen verhuizen, maar alleen als ze een huis kunnen vinden dat aan hun wensenlijstje voldoet. Men schat hun aantal op ongeveer een kwart van de 55-plussers. Momenteel zou dat een aanzienlijke groep Nederlanders betreffen: ruim een miljoen mensen. “Ouderen zijn kritische klanten, die niet zoveel haast hebben. Ze laten zich niet strikken voor een woning die onvoldoende kwaliteit heeft,” luidt een van de conclusies uit het Brabantse onderzoek.
De twijfelfase waarin ouderen openstaan voor een nieuw huis als ze iets geschikts kunnen vinden, kan lang duren. Ouderen denken er minstens een half jaar en soms jaren over na. Velen blijven wikken en wegen tot een gezondheidsprobleem hen dwingt op stel en sprong de knoop door te hakken. Of anders tot de langstlevende overblijft in het te grote huis.
Er zit een hoop verdriet vast aan niet verhuizen. Het is helemaal niet zo leuk als er één van de twee alleen achterblijft in de twee-onder-een-kap woning met alle voorzieningen ver weg. Daar moeten we dan misschien ook wat genuanceerder over praten. Ouderen zeggen vaak dat ze alleen tussen zes plankjes weg willen uit hun oude huis. Maar is dat ook echt zo?

Sociale contacten, winkels en culturele voorzieningen in de buurt, een zwembad, een beheerder: het wonen in een appartement op een fijne plek kan veel voordelen hebben. Maar het is niet alleen een kwestie van het juiste aanbod bouwen, ook de manier van aanbieden kan beter. Omdat ouderen zo lang twijfelen, hebben ontwikkelaars en woningcorporaties tijd een relatie met ze op te bouwen. Woningcorporaties laten hier nog veel mogelijkheden liggen.

De grijze motor
Een woningcorporatie heeft, ter gelegenheid van haar 55-jarig bestaan, recent laten onderzoeken hoe de komende generatie ouderen eruit zal zien en welke eisen zij zal stellen aan de woonomgeving, vooral als de ouderen behoefte krijgen aan zorg.
Het beeld is genuanceerd ‘ senior bestaat niet’, maar als er één karakteristiek over de hele linie duidelijk uitspringt, is het wel dat de oudere van straks wil blijven participeren. Niet minder dan 94 procent van de ondervraagde 50- tot 65-jarigen pleit voor een organisatie van de zorg die zelfstandig wonen mogelijk maakt; 91 procent zegt te willen blijven leren, ook na eventuele opname in een verzorgingshuis. Het huidige verzorgingshuis vinden de deelnemers overigens onder de maat: ze hebben te kleine kamers en een onprettige uitstraling.
Met deze resultaten op zak wil de corporatie projecten gaan realiseren die wél aan de wensen van ouderen tegemoet komen. Een aantal bijzondere complexen zijn mogelijk met een combinatie van wonen, welzijn, werken en vrijetijdsmogelijkheden, waar ouderen én jongeren kunnen wonen.
Een concreet voorbeeld: In het oosten van het land zijn er plannen met een oud fabrieksgebouw, waarin ze atelierwoningen voor jongeren willen realiseren, gecombineerd met appartementen voor senioren die het daar een aantrekkelijke omgeving vinden.

Interactie tussen ouderen en de gemeenschap om hen heen. Dat is de inzet van Leefbaar Hilversum.
Om deze nieuwe visie uit te dragen, heeft de woningcorporatie voor ouderen een boekje laten maken onder de titel “De grijze motor”. Hierin wordt aangegeven dat de vergrijzing ook kansen biedt. Het is positief dat de ouderen van de toekomst een economisch krachtige generatie vormen en dat ze actief willen blijven. Hun inzet zal hard nodig zijn als in 2040 bijna een kwart van de Nederlanders ouder is dan 65 jaar. Dan moeten we de zaken wel zo organiseren dat het ook kan, onder meer door vastgoed te ontwikkelen dat tegemoet komt aan hun wensen en mogelijkheden.

Drie mentaliteiten
Marktonderzoeker Motivaction legde in opdracht van de woningcorporatie de aankomende generatie ouderen onder de loep en stelde vast dat deze grofweg uiteenvalt in drie verschillende mentaliteitsgroepen: de traditionelen, de modernen en de postmodernen.

Het traditionele segment (dorps, gericht op de buurt, weinig gevoelig voor luxe en rekenend op de kinderen voor zorgtaken) zal de komende tien tot twintig jaar beduidend in aantal afnemen. De groep modern georiënteerden (nieuwbouwwijk, gesteld op luxe, comfort en op georganiseerde activiteiten, rekent voor verzorging op de staat) is voorlopig nog de middelste categorie qua grootte, maar zal over twintig jaar de grootste zijn. De postmoderne ouderen (wonen stedelijk of juist buiten, zijn op zichzelf, vragen exclusiviteit, willen desnoods voor zorg betalen en beslist niet terugvallen op de kinderen) vormen nu de grootste groep. Hun aantal zal nog toenemen, maar over twintig jaar zullen zij ingehaald zijn door de modern georiënteerden.

De laatste 2 groepen mensen (meestal vitaal!) is belangrijk in ons woonbeleid. Het zijn deze groepen die door verhuizing belangrijke doorstromingseffecten teweeg kunnen brengen. Vooral waar het gaat om de huurmarkt kan het “verleiden” van senioren een stuk van de stagnatie doorbreken. Een aspect van de vergrijzing is, dat het aantal mensen dat zorg nodig heeft aanzienlijk zal toenemen, vooral vanaf ca. 75 jaar. Voor hen is alleen een levensloopbestendige woning onvoldoende. Zorg en welzijn zullen bereikbaar moeten zijn, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van woonservicezones voor alle zorgvragers, oud en jong.

Verzorgingshuizen ombouwen tot gemeenschappelijk wooncomplex
Studenten en woningzoekenden laten wonen in de zorginstelling, in ruil voor vrijwilligerswerk in het huis.Directeur en bedenker Gea Sijpkes van Woonzorgcentrum Humanitas in Deventer startte eind 2012 met inwonende studenten, en inspireert hiermee zelfs het buitenland.
Na het sluiten van het Lente-akkoord kan er intramuraal geen all-inclusive zorg meer gegeven worden. Dit brengt leegstand als risico met zich mee en concurrentie zou meer een rol spelen. Humanitas formuleerde de ambitie om het meest warme en gastvrije huis van Deventer te worden. Maar het mocht niet veel geld kosten.

Er werd toen aan studenten gedacht. Met het idee dat een student zo’n € 10,00 per uur verdient, een kamer kost gemiddeld € 300 per maand kost, werd bedacht dat een student in ruil voor 30 uur per maand vrijwilligerswerk in het huis, een appartement mocht betrekken. Maar de cliëntenraad stond niet meteen te juichen…. Ze dachten bij studenten toch aan sex, drugs en rock and roll. We zouden er eerst eentje toelaten en dan de boel evalueren. Student Onno kwam als eerste student in december 2012 bij in het woonzorgcentrum wonen.

Het werd direct een succes. Met jonge mensen in huis werd de sfeer meteen opgetild. Er is meer leven in de brouwerij, en dat vinden de bewoners gezellig. Inmiddels wonen er vijf studenten in het huis, op elke afdeling eentje. Dat is ook het maximum, het is in eerste instantie een woon- zorgcentrum, geen studentenhuis.

Wat voor klusjes moeten de studenten in die dertig uur doen?
Dat kan van alles zijn: een praatje maken, iets repareren in het appartement, en sowieso is er elke avond een student aanwezig bij de broodmaaltijd. Het credo is: als je niet eenzaam wilt zijn, hoef je dat ook niet te zijn. De studenten organiseren ook activiteiten. Zo heeft Jurriën met de bewoners van zijn afdeling voetbal gekeken, drinkt Jessica elke zaterdagavond een wijntje met de bewoners, en heeft Jordi onlangs een graffitiworkshop georganiseerd, alles zat onder.

Hoe check je dat ze die dertig uur volmaken?
‘Ik registreer dit niet, het is de bedoeling dat ze dit zelf een beetje in de gaten houden. Je merkt ook dat ze elkaar hierin scherp houden. Als iemand zijn snor drukt, spreekt een andere student hem hierop aan.’
Het effect op de bewoners is dat die het heerlijk vinden dat de studenten de buitenwereld mee naar binnen nemen. De gesprekken die ze met de studenten voeren zijn anders, want ze gaan niet meer alleen over ziekte of pijn, maar of de student al een vriendinnetje heeft en of ze al is blijven slapen. Een van de bewoners dementeert en dwaalt ’s nachts vaak over de gang. Toen Jordi thuiskwam na het stappen heeft hij een wijntje met haar gedronken en haar erna naar haar kamer gebracht. En toen een demente bewoonster ervan overtuigd was dat er een vreemde man rondliep, heeft de student hem zogenaamd voor haar weggejaagd.’

De bewoners hebben geen overlast van de studenten. De meesten zijn slechthorend, dus ze merken het niet als de studenten ’s nachts thuiskomen, of mensen over de vloer hebben. En als ze het de volgende dag horen, zeggen ze: “Jammer dat ik het niet gehoord heb, anders was ik er even bij komen zitten”. Er ontstaat echt een vertrouwensband, en da’s mooi om te zien. Zo heeft een van de studenten laatst een bewoner die was gevallen in het ziekenhuis bezocht.

Wat vinden de verzorgenden ervan?
‘In het begin vonden ze het spannend, je weet toch niet wat je kunt verwachten. Maar nu vinden ze het gezellig. Alle studenten heb ik een BHV cursus laten doen –wat ze graag deden, want dat staat goed op hun CV- en dat geeft een extra gevoel van veiligheid voor verzorgenden die in de nachtdienst werken. Als er opeens brand uitbreekt, heb ik vijf extra paar handen die kunnen meehelpen. Overigens weigeren we studenten die een zorgopleiding doen. Anders gaan dingen door elkaar heen lopen. Verzorgenden kunnen zich gecontroleerd voelen en je krijgt dan misschien de neiging om deze studenten in te zetten als er te weinig mensen zijn. Het belangrijkste is dat de studenten een goede buur zijn. Inmiddels vragen veel zorginstellingen hoe we dit hebben aangepakt, en is er zelfs belangstelling vanuit het buitenland. Geweldig om anderen hiermee te inspireren.’

Bron: https://www.nursing.nl/studenten-wonen-in-verzorgingshuis-1750301w/

Vitale oudere Werklozen
Zo is er ook de mogelijkheid om de vitale oudere werklozen in te zetten voor deze werkzaamheden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Verkiezingsprogramma