welkom op leefbaarhilversum.nl

Actueel

Het Participatie Station

HET PARTICIPATIE STATION

WAAR HET VOLGENS LEEFBAAR HILVERSUM OM ZOU MOETEN DRAAIEN

Leefbaar Hilversum wil onderzoek naar wensen, mogelijkheden, visie en strategie op de vraag “Hilversum 2040, hoe zien Hilversummers, ondernemers, de politiek, de ambtenaren en andere belanghebbende dit?”.

Wij vinden het participatieproces van essentieel belang voor een toekomstvisie die ertoe doet en waar de Hilversummers zich in kunnen vinden. Hiervoor moet een goed en helder participatieproces worden ingericht. De raad moet hiervoor met elkaar bekijken welke kaders ze willen stellen en belangrijk vinden. De rol van het College is om input aan te dragen om goed het gesprek met elkaar te kunnen voeren.
Het moet een visie en plan worden waar mensen blij van worden, wat hun inspireert en waar ze trots op kunnen zijn en wat echt een verrijking is voor de ontwikkeling van Hilversum.

We hebben als LH vast wat zaken opgeschreven die wij van belang vinden en die wij als onderzoeksmogelijkheden graag uitgewerkt zouden zien worden:

1] Het in te zetten participatieproces te verwoorden. Deze vast te leggen in een voorstel en dit in concept voor te leggen aan de raad begin juli. Vervolgens als definitief voorstel half/eind augustus in te brengen. In de zomer kunnen verschillende partijen nog aanvullingen geven op het concept participatie voorstel.

Als voorzet hierop hebben wij het participatie alfabet bedacht die houvast kan bieden en kan dienen als basis praatstuk.

HET PARTICIPATIE ALFABET

A]  Wat is het doel van de participatie?

B]  Welke kaders worden hieraan gekoppeld en hoe deze praktisch en inhoudelijk kunnen worden ingericht?

C]  Welke belanghebbenden (burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven) zullen worden benaderd?

D]  Wat gebeurt er met de input van deze participatie?

E]  Welke tijdsplanning zal worden aangehouden?

F]  Hoe open is het participatieproces?

G]  Op welke verschillende manieren wil men deze doelgroepen benaderen?

H]  Hoe de uitkomsten van de participatie kunnen worden vastgelegd en openbaar inzichtelijk kunnen zijn voor geïnteresseerden en belanghebbenden? 

I]  Hoeveel belang hecht het college aan de meningen en uitkomsten van de experts uit Hilversum en hoe dit belang kan worden versterkt, gewaarborgd en worden meegenomen in toekomstige trajecten?  

J]  Welk budget voor het participatietraject kan worden ingezet? Waarbij het budget in verhouding moet zijn tot de inzet van de ambtelijke capaciteit die op stapel staat tot de experts. Schat de lokale experts op hun waarde en bied hun ondersteuning met wat nodig is om tot een goede basis te komen.  

K] Op welke treden van de participatieladder wordt ingezet?

L]  Welke verschillende participatievormen willen ze inzetten?

M]  Welke aangepaste vormen van participatie kunnen we inzetten i.v.m. coronatijd en vakantietijd?

N]  Of de wens er is om het stadsatelier in te zetten als participatiemiddel en hoe dit stadsatelier er dan uit komt te zien en hoe het praktisch zal functioneren? 

O]  Willen we alleen volwassenen betrekken bij de participatie of ook juist kinderen? Uiteindelijk zijn we hun toekomst aan het maken. 

P]  Welke vormen van participatie zouden we kunnen inzetten bij deze doelgroep?

Q]  Moet er een digitaal participatie platform “Hilversum 2040” komen? Die kan dienen als soort van bibliotheek waar  informatie uitgeput kan worden. 

R]  Hoe houd ik het participatieproces flexibel, als blijkt dat we bepaalde zaken nog niet hebben meegenomen?

S]  Welke mogelijkheden en middelen kunnen we beschikbaar stellen aan bewoners, die graag bepaalde zaken verder zouden willen uitwerken? 

T]  Hoe zorgen we voor een open, eerlijk maar vooral transparant participatieproces?

U]  Wat willen we niet in het participatieproject?

V]  Voor- en nadelen benoemen van participatie, als ook de mogelijke oplossingen als beren op de weg worden gezien?

W]  Hoe houd ik de participatie inspirerend en open in plaats van gesloten, voorgeprogrammeerd en beperkend?

X]  Wat doen we als gemeente als duidelijk wordt dat de wensen en uitkomsten heel anders zijn dan we bedacht en gewenst hadden als gemeente of als ze al ingezette trajecten doorkruisen? 

Y]  Hoe kunnen we de participatie zo inrichten dat de bewoners en belanghebbenden zich ook daadwerkelijk gehoord en
betrokken voelen en dat hun input blijvend serieus wordt meegenomen? Wat is hiervoor nodig? 

Z]  Wat zijn de lessen uit ons participatie verleden en hoe nemen we die mee in dit proces?

 

2 - Het college opdracht te geven per direct het participatieproces op te starten en vanaf half augustus, vanuit het aangenomen voorstel, dit traject groter uit te rollen en de uitkomsten eind september begin oktober aan de raad terug te koppelen.

Het stadsatelier (voorstel van Groen Links) vinden wij als opstart een goede vorm om op korte termijn mee te starten. Daarnaast zien we in de zomer genoeg kansen voor enquêtes, open inzendingen, online podcasts en livecasts waarbij mensen hun visie over Hilversum 2040 uit een kunnen zetten en die via livestream kunnen worden bekeken.

 

3 – Verder zien we graag dat het College de volgende 2 zaken gaat uitwerken.

  • Serieus de optie bekijken van het ondergronds brengen van het spoor, het verdiepen van het spoor of het overbouwen van het spoor.

Dit is namelijk een echt groots traject die veel hulp van verschillende partijen nodig heeft en daardoor wellicht veel beter in het MRA concept kunnen passen en ook ECHT een win-win kan opleveren. Als je voor zulke grote uitdagingen staat dan moet je ook je nek uitsteken en het goed willen doen en grote uitdagingen aangaan die ECHT iets kunnen opleveren.

Een meerwaarde omdat we dan ook echt de verbinding kunnen maken tussen de weerszijden van de spoorzone en we dan een enorme lap bouwgrond erbij krijgen waar een mooie tuinstad 2.0 kan verrijzen met een goeie verhouding tussen steen, mobiliteit en groen. Waar we dan wellicht nog veel meer woningen neer zouden kunnen zetten dan de nu gewenste aantallen van de MRA.

  • Een visuele en onderbouwde plattegrond maken in 2 of 3 D (eventueel in maquette vorm) waar alle mogelijke bouwlocaties op staan als ook waar de mogelijkheden zijn voor transformaties en herstructurering.

Er ontstaat dan een visueel praatmodel van heel Hilversum die tijdens de participatie gesprekken kan worden ingezet. Daarnaast geeft het een beeld over de mogelijkheden voor heel Hilversum zonder alleen te focussen op het stationsgebied maar het Hilversum breed te bekijken. Want als je een visie hebt Hilversum breed, kun je pas inzoomen op de spoorzone, omdat alles wat je daar doet consequenties heeft voor de rest van Hilversum. Ook kan er worden gekeken naar de grens gebieden en te onderzoeken waar regionaal mogelijke samenwerkingen mogelijk zijn.

Deze informatie aanvullen met mogelijke aantallen per locatie (of de min-max marge) en wat de voor- en nadelen zijn, de invloed op de mobiliteit en de mogelijke oplossingen daarvan. Waar zijn kansen voor wonen, waar zijn kansen voor werken (inclusief de bijbehorende m2ters gebouw) en waar liggen kansen voor voorzieningen en groen.

Als bovenstaande punten zijn uitgevoerd dan pas kan je afhankelijk van de uitkomst de verstedelijkingsvisie agenderen en bespreken in de commissie en de raad. Dan is er een basis waarop onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt.

We willen dat het college zich nu gaat inzetten om een goed participatietraject aan te gaan en onderzoek gaat doen om de juiste informatie aan te dragen die essentieel zijn voor het participatieproces als ook om daarna tot juiste en uitgebalanceerde keuzes te komen.

Hiermee wordt niet bedoeld zieltjes te winnen voor de plannen van het college, maar open het gesprek voeren en luisteren naar de visie, de gedachte en wensen van de inwoners. Een gesprek waarbij de MRA op de achtergrond ligt.

Als we op kunnen komen voor onze lokale ondernemers dan moeten we al helemaal opkomen voor onze lokale experts! Er is genoeg gesproken met allerlei mensen van buiten Hilversum, nu zijn de Hilversummers aan de beurt!!

 

Jacqueline van Oostveen

Commissielid Leefbaar Hilversum

27 juni 2020

                                                  

Verkiezingsprogramma