welkom op leefbaarhilversum.nl

Actueel

Reactie op Artikel 41 RvO vragen

Artikel 41 RvO vragen Leefbaar Hilversum inzake raadsvoorstel spoorgebied

Geachte dames en heren,

Op 2 juni 2020 ontvingen wij artikel 41 vragen van de fractie van Leefbaar Hilversum over het
raadsvoorstel spoorgebied. In deze brief beantwoorden wij de vragen, die cursief zijn opgenomen en
bijgevoegd.

Vooraf

Wij zijn in aanloop naar het politieke debat op 16/17 juni en 1 juli over het raadsvoorstel spoorgebied blij met deze artikel 41 vragen. Er is van alle kanten aandacht en betrokkenheid bij dit onderwerp en dat is zeker terecht. Dit gaat immers over de toekomst van Hilversum, voor alle inwoners, ondernemers en organisaties in Hilversum een belangrijk onderwerp. Hilversum staat voor grote opgaven voor de lange termijn: hoe zorgen we ervoor dat de stad bereikbaar blijft, dat er voldoende banen zijn, dat onze wijkcentra, sportvelden, zorg voor ouderen en andere voorzieningen in stand blijven? En dat er voldoende en betaalbare woningen voor onze inwoners zijn? Het gaat over het versterken van Hilversum en de Hilversumse identiteit: we zijn schatplichtig aan de hoge kwaliteit die Dudok hier heeft gemaakt.

Het spoorgebied is een belangrijk gebied voor de verdere ontwikkeling van Hilversum. Daarom willen wij als bestuur van Hilversum de verschillende mogelijkheden voor de ontwikkeling van het spoorgebied heel zorgvuldig in kaart brengen deze zomer. Tegelijkertijd willen we in de zomer ook zo snel mogelijk van start met het participatieproces, binnen de mogelijkheden die de huidige situatie rond Covid-19 ons biedt.

Wij hebben ons ingespannen de antwoorden op de artikel 41 vragen snel aan u beschikbaar te stellen, opdat u ze kunt betrekken bij het politieke debat.

Artikel 41 vragen MRA Leefbaar Hilversum aan het College B & W
Het College heeft eind vorig jaar bij de MRA Metropool Regio Amsterdam het aanbod gedaan om als 9e sleutelgebied in aanmerking te komen. Door de grote ambities van het College, in ’t kort 6.000 - 10.000 woningen en 10.000 arbeidsplaatsen erbij, is er onder de bevolking van Hilversum grote onrust ontstaan.

Leefbaar Hilversum heeft daarom de volgende artikel 41 vragen aan het College:

Vraag 1 
De weerstand over het plan onder de Hilversumse bevolking is nu al groot en veel experts hebben inmiddels duidelijk kenbaar gemaakt dat het aangegeven aantal van 6000 - 10.000 woningen totaal niet realistisch is. Heeft het College bij haar Sleutelgebied aanbod de mogelijkheid opengehouden dat de genoemde aantallen naar beneden zouden kunnen worden bijgesteld gebaseerd op werkelijke behoeften en mogelijkheden?

Antwoord
De raad van de gemeente Hilversum bepaalt de ruimtelijke kaders voor de toekomst van Hilversum. Het college vertegenwoordigt de gemeente, bijvoorbeeld in bestuurlijke samenwerkingsverbanden als de MRA.

Bij het aanmelden van het Sleutelgebied in november 2019 en bij het voorliggende raadsvoorstel hebben wij de laatste onderzoeken en prognoses gebruikt om ons een beeld te vormen over de opgaven die voor ons liggen. Die cijfers zijn voor iedereen beschikbaar op www.hilversum.nl/sleutelgebied. Evident aan prognoses is dat de werkelijke behoeften in de toekomst pas in de toekomst duidelijk zullen zijn. Bij het aanmelden van het sleutelgebied hebben wij ingeschat wat de mogelijkheden zijn en dat aanmelding in het belang van Hilversum is. Met de raadsopdracht verkennen wij die mogelijkheden verder.

Het is aan de raad om voor Hilversum in het vervolg op de raadsopdracht een koers en een maat te vinden die antwoord geeft op de samenhangende opgaven, mogelijkheden die bij Hilversum passen en kansen voor versterking van Hilversum pakt. Het aantal woningen staat niet op zichzelf, maar in altijd in samenhang met werken, mobiliteit en voorzieningen.

In het raadsvoorstel hebben we ter indicatie een bandbreedte met aantallen woningen opgenomen van 6.000-10.000. Met wat we nu weten, denken wij dat lagere woningaantallen de samenhangende opgaven niet zullen oplossen. Ook geldt dat de gemeente Hilversum nauwelijks nog bouwlocaties in eigen beheer heeft. De mogelijkheden om ruimte te creëren voor wonen en werken dienen dus vooral via verandering of verruiming van de mogelijkheden ten opzichte van bestaande bestemmingsplannen. Daarbij dient te worden opgemerkt dat, om tot een haalbare businesscase voor ontwikkelende partijen te komen, er dus ook een programma dient te worden vastgesteld dat ook zicht biedt op daadwerkelijk haalbare plannen. Zeker als de gemeente ook invloed wil blijven houden op typologie (hoeveel sociaal / middelduur, duurzaam, parkeernormen) en de mate waarin grotere vraagstukken als klimaatadaptatie en energietransitie in bestaande gebieden kunnen worden opgepakt.

Ook in onze gesprekken met MRA en Rijk helpen lagere woningaantallen niet. Zou de raad van Hilversum aan het einde van het traject lagere aantallen vaststellen dan is de raad daar vanzelfsprekend toe bevoegd. Maar stel dat de raad vaststelt dat de verdere ruimtelijke ontwikkeling beperkt blijft tot de reeds beschikbare plancapaciteit in onze bestemmingsplannen (ca. 3.000 woningen), dan is dat onvoldoende om onze vraagstukken op het gebied van werken en mobiliteit bij Rijk en regio te adresseren en oplossingen te financieren. Dat weten we, omdat eerder in 2019 een poging om bestaande plannen in Hilversum in te brengen niet tot honorering als sleutelgebied heeft geleid.

Vraag 2 
Is het mogelijk dat het College overleg pleegt met de regiogemeenten Gooi en Vechtstreek om gezamenlijk invulling te geven aan dit ingezette MRA traject zodat sommige zaken regionaal kunnen worden opgepakt? Om een beter mobiliteitsnetwerk te krijgen zijn er nog meerdere belangrijke punten in de regio zoals de NS spoorpunten Gooise Meren (Station Bussum Zuid en Naarden Bussum). Als ook de verkeersdriehoek bij de A1 rond Crailo.

Antwoord
Dit overleg is er al continu. Hilversum is als gemeente niet zelfstandig lid van de MRA, maar als onderdeel van de regio Gooi en Vechtstreek. Het sleutelgebied is dan ook mede namens de regio Gooi- en Vechtstreek ingediend en met steun van de andere colleges. De mobiliteitsvraagstukken die u noemt zijn actueel en terecht. De gemeenten trekken daarin al samen op, richting MRA en de provincie Noord-Holland. We merken dat de aanmelding als sleutelgebied de positie van Hilversum en de regio flink heeft versterkt.

Vraag 3
Is het een overweging om minder op de verstedelijking te focussen maar de focus te verleggen 
naar: Hoe kunnen we meer woningen in Hilversum bouwen zonder dat we onze kwaliteit verkwanselen en de kwaliteit van onze centraal gelegen Tuinstad behouden?

Antwoord
Deze vraag staat juist centraal in ons raadsvoorstel. De Hilversumse kwaliteiten zijn voor het college en raad uitgangspunt. Wij volgen daarin de lijn die voor deze bestuursperiode is uitgezet.

Vraag 4
Deze tekst komt uit het document Strategische notitie sleutelgebieden MRA
feb. 2020 en beschrijft hoe Hilversum zich wil profileren: “Nationale identiteitsdrager: Mediastad Hilversum, Hoog stedelijk en internationaal milieu. Tweede centrumontwikkeling: sleutelgebied als nieuw hoog stedelijk centrum van Hilversum”. Leefbaar Hilversum is heel erg benieuwd hoe de Hilversumse bevolking zich in dit profiel kan vinden. Wat wordt bedoeld met een hoog stedelijk en internationaal milieu?

Antwoord
Het doel van de strategische notitie van de MRA is om de sleutelgebieden (waaronder Hilversum) vanuit de MRA zichtbaar te maken op de agenda van het Rijk. Mediastad Hilversum spreekt daarin voor zich en is herkenbaar voor Den Haag. Een ander uniek kenmerk van Hilversum, dat ons onderscheidt van andere middelgrote steden, is de ook nu al bovengemiddelde aanwezigheid van internationale bedrijvigheid en werknemers. Hilversum kent al veel expats. Met een hoog stedelijk milieu wordt een woonmilieu bedoeld, waarin voorzieningen en mobiliteit dichtbij zijn in woonvormen en dichtheden die ook aantrekkelijk zijn en dus ook betaalbaar voor werknemers in onze belangrijke economische sectoren. Die aantrekkelijkheid wordt nu al herkend, getuige de groei van het inwoneraantal in de afgelopen jaren. Omdat zulke milieus naar verwachting aantrekkelijk blijven voor veel doelgroepen, hebben we een vraagstuk als het gaat om het huisvesten van (onze) jongeren, ouderen en 1 en 2 persoonshuishoudens, lagere en middeninkomens.

Vraag 5
Sleutelgebied Lelystad lijkt te kiezen voor inhoud en kwaliteit:
“Stad van de “nieuwe natuur”, groene, ruim en ontspannen stad, met woonmilieus met een groene uitstraling en een goede prijs/kwaliteitverhouding binnen de MRA.” Voor Hilversum blijft het belangrijk dat we eerst toch ons eigen profiel met elkaar moeten bepalen en waar we graag naartoe zouden willen. Past deze omschrijving van sleutelgebied Lelystad niet veel beter bij de Tuinstad Hilversum en zou de Hilversumse bevolking en verschillende partijen en organisaties zich juist in dit profiel kunnen vinden? Kortom, een duidelijke visie is voor de toekomst van Hilversum van essentieel belang. Naar onze mening ontbreekt deze. Kan de Gemeente Hilversum zich niet eerst beter toeleggen op het opstellen van een profiel en een visie voordat we het MRA traject ingaan?

Antwoord
We zijn het in de vergelijking eens over de kwaliteiten van Hilversum als het gaat om de ligging in de natuur en het groene karakter. Lelystad verschilt echter op twee belangrijke punten van Hilversum, Het eerste is de excentrische en dus minder aantrekkelijke ligging van Lelystad. De aantrekkingskracht van centrumgemeente Hilversum blijkt o.a. uit de druk op onze woningmarkt. Druk die er voor zorgt dat woningen in Hilversum voor belangrijke doelgroepen onbetaalbaar dreigen te worden. Het tweede is dat Lelystad vanuit het verleden juist kampt met een eenzijdigheid van de bevolkingssamenstelling die de stad voor grote vraagstukken binnen het sociale domein stelt. Onbetaalbare vraagstukken die ook wij in 2040 zullen kennen als we geen bewuste strategie hebben om om te gaan met zulke veranderingen.

We gaan bij alle plannen uit van het behoud van de Hilversumse identiteit. Dat staat in ons raadsvoorstel en in het coalitieakkoord. We zijn het helemaal met u eens dat een duidelijke visie erg belangrijk is. Daarom zijn we het traject van de omgevingsvisie gestart. Dat traject ligt nu door de Corona beperkingen helaas stil. Tegelijkertijd gaat de besluitvorming van het Rijk over de uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie in gebiedsuitwerkingen en besluitvorming over inzet van Rijksmiddelen onverkort door. In november 2020 besluit het Rijk welke ‘integrale gebieden’ tot prioriteit voor investeringen horen en binnen welke fasering. Die planning is een gegeven en geeft geen ruimte om nu de visievorming op de toekomst in Hilversum stil te leggen. De keuze is nu: op de trein springen en kansen pakken, of niet. Het is Hilversums belang op de trein te stappen. Zie verder het antwoord op vraag 6.

Vraag 6
Even ter vergelijking bij de andere MRA sleutelgebieden: Almere heeft een inwonertal van 
212.965 maar geeft aan 2.500 tot 10.000 woningen te willen bouwen. Purmerend heeft 80.000 inwoners en geeft aan 2.500 tot 6.000 woningen te willen bouwen. Lelystad heeft 77.260 inwoners en biedt aan 1.500 woningen te willen bouwen. Hilversum heeft 90.261 bewoners en biedt aan om 10.000 woningen voor de MRA te willen bouwen. Hieruit kun je concluderen dat Almere en Lelystad een mooi voorbeeld zijn dat je niet extreem hoog hoeft in te zetten om “mee te mogen doen” met de MRA. Bent u als college bereid een stap terug te doen en eerst met elkaar (de raad, de inwoners en de ondernemers en andere betrokken partijen, kortom participatie) te bekijken wat we willen en wat realistisch haalbaar is?

Antwoord
Voor een goede indruk van deze cijfers is het nodig om een onderscheid te maken tussen de woningaantallen in de 9 sleutelgebieden in de MRA en de woningbouwplannen van gemeenten in totaal. Ter illustratie: Almere en Lelystad hebben in hun sleutelgebieden 4.000-11.500 woningen genoemd. In totaal (binnen en buiten de sleutelgebieden) hebben Almere en Lelystad echter zo’n 78.000 woningen gepland. De betreffende sleutelgebieden zijn dus een fractie van de totale planning.

Het verschil met Hilversum is, dat Hilversum bij de aanmelding van het sleutelgebied aantallen op het niveau van de hele stad/totale planning heeft gedaan.

In dit voorbeeld zou dus een juiste vergelijking zijn:

                          Inwoners     Woningen
Hilversum             92.000     10.000
Almere/lelystad  290.000     78.000

Uit dit voorbeeld blijkt dat Almere en Lelystad ten opzichte van hun aantal inwoners in totaal veel meer woningen van plan zijn te bouwen dan Hilversum. Dit geldt ook voor de andere genoemde gebieden. U kunt zich voorstellen dat dit relevante gegevens zijn op basis waarvan het Rijk haar investeringen prioriteert.

Hilversum heeft door de ligging en kwaliteiten een grote woonpopulariteit. De druk op onze woningmarkt is erg hoog. En dat stelt ons voor een groot vraagstuk op het gebied van bouwen als het gaat om ruimte houden voor alle doelgroepen in Hilversum en balans houden op het vlak van werkgelegenheid en mobiliteit. De genoemde bandbreedte in het raadsopdracht is passend bij de opgave waar wij voor staan en geldt voor heel Hilversum. Het is ons voorstel dat we met de raad, inwoners en ondernemers en andere betrokken partijen o.b.v. de raadsopdracht in het spoorgebied bekijken wat nodig en haalbaar is.
Uiteindelijk besluit u als raad in het tweede kwartaal 2021 over de omgevingsvisie.

Zie verder het antwoord op vraag 9, waarin we uitleggen dat we kansen voor Hilversum missen als we nu het proces zouden stilleggen.

Vraag 7 
Waarom is het profiel ‘Hilversum Tuinstad’ nergens terug te vinden in het schema profiel? Wordt dit in de MRA context niet belangrijk gevonden door het College? Waar komt de verstedelijkingsstrategie vandaan en is deze ooit voorgelegd aan de raad? 

Antwoord
Wij kunnen niet uit uw vragen en bijlagen opmaken op welk schema wordt gedoeld. Wij vinden de kwaliteiten van Hilversum en de (h)erkenning als Tuinstad erg belangrijk en onderscheidend in de MRA.
Daar willen we zorgvuldig mee omgaan.

De term ‘verstedelijkingsstrategie’ heeft verschillende herkomsten. In de raadsopdracht wordt de term ‘strategie’ gebruikt om de koers voor het spoorgebied tot 2040 te ontwikkelen. Voor strategie is zowel het woord ‘verstedelijking’ of ‘ontwikkel(ings)’ te plaatsen. In het raadsvoorstel worden deze door elkaar gebruikt, maar zij hebben dezelfde betekenis. En wellicht is het beter om te spreken van ‘versterking’. De raad van Hilversum wordt in ieder geval voorgesteld in het najaar te besluiten over een strategie spoorgebied 2040.

Andere herkomsten van de term ‘verstedelijkingsstrategie’ zijn:
- Het is de naam van het proces waarin MRA gemeenten met elkaar een coherente ruimtelijke strategie voor het MRA gebied ontwikkelen. Over dit proces hebben we de raad eerder al geïnformeerd. De strategie is een bestuurlijk middel om tot afspraken te komen en de bevoegdheid van colleges, omdat het gaat over belangenbehartiging van de gemeente.
- Het is de naam van een proces waarin Rijk en MRA tot afspraken komen over inzet van Rijksmiddelen. De democratische legitimiteit voor de inzet van Rijksmiddelen berust bij de Tweede Kamer.
- Het is een term uit de Nationale Omgevingsvisie.

Vraag 8
Zouden we met Hilversum niet een breder aanbod moeten doen met profielen zoals Tuinstad
Mediastad Sportstad? Misschien willen mensen graag werken hier in de Mediastad, maar de vraag is of ze om die reden hier willen wonen. De kwaliteit van wonen in Hilversum is niet media of hoog stedelijk gerelateerd maar juist omdat Hilversum een groen centraal gelegen Tuinstad is. Met de nieuwe plannen op het Arenapark met Nike Europe en de sportcampus als groot aandachtspunt kan ook de Sportstad met een sterke ‘sport-leer-werkomgeving’ een profiel worden. Een Sportboulevard is voor eenieder ergaantrekkelijk en voor Nederland uniek. Wie bepaalt hoe het profiel van Hilversum is/wordt? Is er nu onderzocht in welk profiel de meeste Hilversummers zich zouden kunnen vinden en zo nee, kan de wethouder dit voorleggen bij de Hilversumse bevolking door dit te onderzoeken?

Antwoord
Landelijk gezien is Hilversum het meest onderscheidend als Mediastad. Dat zegt eerder iets over hoe Hilversum herkend wordt, dan over onze inzet om de kwaliteiten van Hilversum te etaleren. Hilversum heeft immers veel en diverse kwaliteiten en profielen: Tuinstad, jonge monumenten, groene stad, mediastad, fietsstad, Smart City etc.
We zijn het met u eens dat – met name in de hoek van de economie – een breder profiel dan het huidige mediaprofiel Hilversum robuuster kan maken voor de toekomst. Er is geen onderzoek naar het door de Hilversumse bevolking ‘gewenste profiel’, de vraag is wat een onderzoek daar naar oplevert en of dit onderzoek alleen onder inwoners gehouden zou moeten worden.

Vraag 9
Is het mogelijk om uitstel aan te vragen bij de MRA zodat we met een gedegen alternatief 
aanbod kunnen komen waar de meerderheid van de bewoners en ondernemers zich ook in zouden kunnen vinden? Want iedereen wil graag dat ook hun kinderen kunnen blijven wonen en werken in Hilversum maar dan wel met behoud van de kwaliteit die het nu heeft.

Antwoord
De keuze die uw raad heeft te maken heeft, is Hilversum wél in de Rijk-regiogesprekken over inzet van Rijksmiddelen op tafel te houden, of níet. Uitstel betekent in dit geval afstel. In november van dit jaar beslist het Rijk definitief of de ingezette koers van de MRA (waarvan de sleutelgebieden een onderdeel zijn) doorgaat. Hilversum kan als sleutelgebied binnen de MRA de komende 20 jaar horen bij die gebieden en netwerken waarin door het Rijk geïnvesteerd wordt.

We zien dat voor alle plannen die we maken – voor de verkeersoplossingen, sport, wijkcentra, scholen, zorg voor onze ouderen en Hilversum aantrekkelijk maken voor bedrijven – het zoeken is naar ruimte en geld. Voor het financieren van oplossingen – mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie, wonen en werken – is naar onze inschatting de gemeentelijke begroting niet toereikend. Hilversum kan én moet daarom aanspraak maken op de middelen vanuit het Rijk, via het netwerk dat daartoe toegang geeft: de Metropoolregio Amsterdam (MRA). We denken daarbij aan geld voor het realiseren van extra sociale en middeldure woningen (bouwimpuls), mobiliteitsoplossingen (MIRT) en het aanstaande Groeifonds van het Rijk. We zien in toenemende mate dat grote Rijksbijdragen via overleg met landsdelen wordt verdeeld en bestemd. Het is zaak om daar op aangesloten te zijn. Als we de aansluiting verliezen, doen we niet mee. Dat betekent dat we in onze planvorming voortgang moeten boeken. Tegelijkertijd moet de planvorming ook solide zijn en goed besproken worden met de Hilversumse samenleving. Het raadsvoorstel is ons voorstel hoe dat op een zorgvuldige manier allebei kan.

Vraag 10
W
e begrepen dat het college deze zomer doorwerkt dus, in plaats van al verder te gaan met plannen uitwerken, kan wellicht beter de tijd worden gestopt in het maken van een visie waar de Hilversummers zich in kunnen vinden. En om dan vervolgens te bepalen hoe het huidige aanbod aan de MRA zou kunnen worden aangepast. (zoals jullie de afgelopen weken hebben gezien is er al heel wat geschreven vanuit andere partijen dus er is weinig voor nodig om het gesprek op gang te krijgen want het leeft enorm). Is het toch een overdenking waard om toch per direct al een versneld participatie traject op te starten met de middelen die nu wel mogelijk zijn en daarmee recht te doen aan de oproep van de diverse partijen?

Antwoord
De raadsopdracht beoogde het participatieproces te starten. In het recente burger initiatief voorstel zien wij een extra signaal dat dat zo snel als mogelijk moet beginnen, met de middelen die nu wel mogelijk zijn.
Wij verwijzen ter zake naar ons pre-advies op het burger initiatief voorstel. 

Vraag 11
Uit het document van economische verkenningen MRA 2019 uit juni 2019 van Martijn van Vliet staat gooi en vechtstreek toch duidelijk ook apart vernoemt met een eigen hoofdstuk. Ook het factsheet MRA wonen in Hilversum (nu ineens geen Gooi en Vechtstreek) getuigd dat er in 2019 al lang onderzoek is gedaan. Blijkbaar is het veel langer gaande en had Gooi en Vechtstreek (lees Hilversum) toen al ambities. Ondanks dat er nog geen concreet aanbod was, was er blijkbaar al veel langer de wens van het college om bij de MRA te komen en werden er allerlei onderzoeken opgestart vanuit de MRA. Toen poging 1 niet lukte is het college toch doorgegaan met plannen lijkt het, ondanks dat het aanbod van november 2019 ineens als een verrassing leek te komen. Hoe kan het dat de MRA zelf wel deze onderzoeken heeft gedaan maar Hilversum zelf niet? Waarom heeft B&W toen (2018-2019) al niet het gesprek opgezocht met de raad in verband met de te stellen kaders als ook al een participatie project opgestart? Zoals bijvoorbeeld via het burger panel en andere kanalen om op die manier te polsen hoe die partijen erin staan.

Antwoord
In het kader van de omgevingsvisie zijn in het vierde kwartaal van 2019 alle cijfers en onderzoeken verzameld. Dit is gebundeld in het rapport Foto van Hilversum, dat we met u hebben gedeeld en voor iedereen op de website beschikbaar is: https://www.hilversum.nl/Home/Inwoner/Werkzaamheden_en_projecten/Omgevingswet/Omgevingsvisie. Uit de stapeling van de cijfers bleek dat de ontwikkelingen leiden tot een grotere urgentie dan eerder (2018 en 2019) is geconstateerd. De omgevingsvisie was en is het geëigende proces voor kaderstelling en participatie over de toekomst van Hilversum. Het proces van de omgevingsvisie hebben wij – in opdracht van de raad – in september 2019 opgestart met participatiebijeenkomsten en uitvraag van het burgerpanel in alle wijken van Hilversum. Het vervolg van dit proces is nu vanwege corona noodgedwongen tijdelijk stilgelegd, maar onderdeel van het raadsvoorstel is dat weer op te pakken in het najaar.

Vraag 12
De Logica lijkt wat zoek. Bedrijven laten we verdwijnen uit Hilversum, vervolgens bouwen wewoonruimte op deze plekken of wordt het bedrijf omgeturnd tot woonruimte (omdat dit veel lucratiever is
en veel meer € oplevert). Veel luxe villa’s (Emmastraat als voorbeeld) worden omgeturnd tot bedrijven en we kappen natuur/ groen om weer nieuwe villa’s te laten bouwen (doordat ontwikkelaars kunnen profiteren dat er geld nodig is om nieuwbouw te financieren zoals Ter Gooi ziekenhuis en Merem en daarvoor grond wordt verkocht). Terwijl in de MRA context steeds over het levendig maken en het mixen van functies word gesproken, maar dit lijkt juist op heel veel andere plekken in Hilversum helemaal niet de insteek te zijn en wordt juist een averechtse strategie ingezet en krijg je eenzijdige woonwijken zonder voorzieningen en reuring (een voorbeeld hiervan is dat de winkels in de wijk Zuid die Dudok had ontworpen om juist deze levendigheid te versterken. Nu is er voor de laatste 3 ook een woonbestemming afgegeven en worden die helaas ook woningen. Ook de leemkuilen in Noord die zorgde voor levendigheid in de wijk is omgeturnd voor eengezinswoningen). Kunt u uitleggen waarom dit beleid tegenstrijdige beleid wordt gevoerd?

Antwoord
Uw vraag bevestigt onze stelling dat het hard nodig is dat er meer regie en samenhang te brengen in beleid en plannen, ook om beter in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Kort samengevat ontbreekt het Hilversum aan een duidelijke, robuuste en integrale ruimtelijke strategie. Het huidige kaderstellende document – de Structuurvisie Hilversum 2030 die in 2013 door de raad is vastgesteld – is onvoldoende scherp, waardoor tegenstrijdigheden kunnen voorkomen. Dit willen we in de nieuwe Omgevingsvisie herstellen.

U stelt dat we bedrijven laten verdwijnen uit Hilversum. De gemeente spant zich juist op tal van manieren in om bedrijven en werkgelegenheid te behouden voor Hilversum. De realiteit is echter ook dat we daar niet in alle gevallen in slagen. In de gebiedsagenda 1221 streven we naar behoud van het aantal arbeidsplaatsen en ook op andere locaties zijn we steeds zuiniger op de beschikbare ruimte voor bedrijven en kantoren.

Vraag 13
Vervolgens willen we vooral qua MRA young professionals aantrekken, studenten,
internationale experts. Naar ons idee zijn dit vooral partijen van buiten Hilversum. Voor deze partijen word ingezet op woningen en banen. 1 baan per 1 woning. Als er vooral wordt ingezet op 1 en 2 persoonshuishoudens dan betekent dat dat die mensen dus kunnen wonen en werken. Hierdoor krijgen we de indruk dat de problemen voor Hilversummers niet worden opgelost. Er wordt ook aangegeven dat er zal worden gebouwd voor doelgroepen die het lastig hebben op de woningmarkt zoals starters en ouderen. Terwijl er volgens mij nog veel meer doelgroepen zijn die een woning zoeken in Hilversum. Daarnaast komt nergens het probleem van de doorstroming voor terwijl dat eigenlijk wellicht een veel groter probleem is. Dus onze vraag is hoeveel % van de woningen en banen bent u van plan te bouwen en creëren voor Hilversummers?

Antwoord
Young professionals, studenten en internationale experts zijn belangrijk en nodig voor de bedrijven in Hilversum, waarvan er veel internationaal georiënteerd zijn. Het zijn juist ook deze partijen die in gesprekken met het college aandacht vragen voor huisvesting van personeel.

Wij zijn het met u eens dat er veel doelgroepen zijn die het lastig hebben op de woningmarkt. Er zijn vele duizenden woningzoekenden, zowel in het sociale als in het middensegment, jong en oud. Ook in de gemeenteraad wordt voortdurend aandacht voor meer woningen voor verschillende doelgroepen. Corporaties vragen de gemeente al lange tijd om meer ruimte om te kunnen investeren in meer woningen.
We willen juist ook bouwen om de autonome bevolkingsgroei te kunnen huisvesten en doorstroming op de woningmarkt te realiseren. Daarnaast is de realiteit dat er geen hek om Hilversum staat en vrije vestiging een recht is. Wij kunnen als gemeente niet aanwijzen wie er in Hilversum mag wonen. Wel kunnen wij er voor zorgen dat we voor de juiste doelgroep bouwen. Als we niets doen dan zullen er in de praktijk juist minder woningen voor Hilversummers zijn, omdat ze onbetaalbaar worden en wonen de werknemers die in Hilversum werken – ook in de zorg, het onderwijs, de hulpdiensten – elders.

Tegelijk werken we in MRA verband aan het versterken van werkgelegenheid in de regio’s. Onderdeel van de verstedelijkingsstrategie is dat alle MRA partners en het Rijk zich inspannen om 10% van de werkgelegenheidsontwikkeling te laten landen in deelregio’s om Amsterdam, met als aanknopingspunt de sleutelgebieden.

Vraag 14
In de communicatie over de MRA en Hilversum is vooral de aandacht gevestigd op het Media Park. Terwijl in de strategische notitie staat dat het ook een inzet is om in een deelgebied van Hilversum Noord de woningvoorraad te vernieuwen (Gebied: Spoorlijn, Erfgooiersstraat tot Graaf Wichmanstraat, Lopes Dias, Laan 40-45, Johannes Gerardtsweg). Heeft u hierover ook de bewoners en andere betrokken partijen duidelijk ingelicht dat dit in de planning staat? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen? Kan het gevolg hiervan zijn dat er hierdoor geen renovaties meer zullen worden gedaan door de woningbouwverenigingen? Is het van belang dit te weten voor mensen die daar een woning gaan kopen?

Antwoord
Ja. Bij de participatiebijeenkomsten voor de Omgevingsvisie in Noord in januari 2020 is dit expliciet aan de orde gesteld door de aanwezige collegeleden. Het aandragen van het sleutelgebied heeft voor zover wij dat kunnen overzien geen gevolg voor de renovaties die woningcorporaties uitvoeren. Er ligt dan ook nog geen concreet plan voor verdere ontwikkeling van het spoorgebied. De raadsopdracht is een eerste stap op weg daar naar toe.

Vraag 15
De st
rategische notitie beschrijft ook:“De ligging van Media Centrum aan de rand van Hilversum en de nabijheid van de omliggende natuur (weide en bossen) biedt koppelkansen om woningbouw en landschap met elkaar te verweven. In sleutelgebied wordt natuur inclusief en klimaat adaptief gebouwd. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het herstel van biodiversiteit in de stad.” Wat wordt bedoelt met koppelkansen om woningbouw en landschap met elkaar te verweven en hoe moeten we dit voor ons zien?

Antwoord
Hoewel er nog geen concreet plan ligt, lijkt het op voorhand goed mogelijk om de toegang tot het landschap vanuit de wijken te verbeteren, of het landschap op plekken de wijken meer ‘binnen te halen’. Het willen versterken van deze verbindingen is al jarenlang gemeentelijk beleid. Het betekent in ieder geval niet: woningen op de hei bouwen.

Vraag 16 
Qua werk heeft zorg een groter aandeel in de arbeidsmarkt (14%) dan ICT en Media (12%). Hoe kan het dan dat we ons hele profiel laten bepalen door deze 12%? (uit boekje economische verkenningen). Mobiliteit word duidelijk ook als probleem aangeduid. Het probleem van woonwerkverkeer. Hierdoor er moet worden ingezet op versterking van de OV-netwerken. Zouden we niet beter kunnen investeren om meer banen in Hilversum te creëren voor Hilversummers zodat mensen dichter bij huis gaan werken en daardoor de druk op de mobiliteit te verlagen.

Antwoord
De hierboven genoemde percentages gaan over de hele regio Gooi en Vechtstreek. Kijken we echter naar Hilversum, dan zien we in 2019 ruim 13.000 banen in de creatieve industrie op een totaal aantal banen van circa 50.000 (Lisa, 2019), daarmee is de creatieve sector goed voor 26% van de banen in onze Hilversumse economie. De zorgeconomie is goed voor circa 7.500 banen, gelijk aan 15% van het totaal aantal banen in Hilversum. Voor Hilversum daarom logisch dat het profiel nog altijd gedomineerd wordt door ICT en Media.
De suggestie zoals genoemd in de laatste zin is een goede suggestie. De onbalans tussen wonen en werken zorgt nu voor veel mobiliteit. Daarom gaat het raadsvoorstel (en de aanmelding van het Sleutelgebied) ook als eerste over economie en werkgelegenheid. Daar is wel ruimte voor nodig. Wij denken dat het tussen werken, wonen en mobiliteit én-én-én is. Het is juist de samenhang die mogelijkheden biedt, ook wat betreft de betaalbaarheid van het sociaal domein.

Vraag 17
In de strategische notitie variëren de aantallen van woningen continu, van 1.500, 3.000, 3.500, 6.000, 10.000 als ook van banen 5.000, 10.000 dit schept erg veel onduidelijkheid. Kunt u hier meer duidelijkheid over verschaffen? Zijn de aantallen in de loop van de tijd steeds meer opgelopen?

Antwoord
Aanvankelijk hebben wij in onze aanmelding als sleutelgebied (november 2019) genoemd 10.000 woningen, waarvan 5.000 in de spoorzone en 5.000 ‘mee profiterend’ op andere plekken en wat betreft werkgelegenheid: ‘oplopend tot 10.000 arbeidsplaatsen’. Dit is nog steeds het beeld. Het antwoord op uw vraag is dus nee, de aantallen zijn niet opgelopen.
In het raadsvoorstel leest u dat wij strategieën willen ontwikkelen vanuit wat mogelijk is en gegeven de opgaven die we hebben. We hebben in het raadsvoorstel alleen een indicatie gegeven van wat wij denken dat nodig is, in de vorm van een bandbreedte voor extra woningen voor heel Hilversum voor de komende 20 jaar, 6.000 – 10.000 woningen. Zie ook het antwoord op vraag 1. Hiervan kan een gedeelte in het spoorgebied komen. Hoeveel woningen in het spoorgebied kunnen komen, zal in de voorgestelde strategieën variëren.

De regio Gooi & Vechtstreek heeft een zienswijze geschreven naar aanleiding van de MRA agenda 2.0 in december 2019. Hierin staat dat zij de poly centrische strategie van de MRA afwijst (in haar oordeel is het te ambitieus in te zetten op wat de MRA ziet als een evenwichtige metropool). In plaats van die poly centrische strategie en de vertaling daarvan in Sleutelgebieden zoals in Hilversum kiest de regio nadrukkelijk voor wat zij noemt de "gemeentelijke schaal" voor het oppakken van maatschappelijke opgaven.

Vraag 18
Hoe kan het dat Hilversum in hetzelfde tijd-frame als deze regionale zienswijze onder voorzitterschap van de Hilversumse burgemeester naar de MRA ging u als centrumgemeente aanklopte bij de MRA voor deelname aan het Sleutelgebied?

Antwoord
In de regionale zienswijze op de MRA agenda 2.0 – waarover de Hilversumse raad het college heeft geadviseerd – gaat het niet over de poly-centrische strategie. Het begrip wordt ook niet genoemd. In de zienswijze ging het over de ‘toekomstbestendige metropool’ en de ‘evenwichtige metropool’. De regio Gooi en Vechtstreek heeft namens de gemeenten kritisch gereageerd op de ‘evenwichtige metropool’, omdat het leek of dit zou betekenen dat delen van het sociaal domein onderdeel van de MRA agenda zouden worden. Daarop is gereageerd dat de passende schaal voor vraagstukken in het sociaal domein de regio en gemeenten is. Overigens bleek hierover later een misverstand te bestaan. Bedoeld was te grote sociaal-economische verschillen binnen de MRA te voorkomen. Dat is op zichzelf een goed uitgangspunt. 

De ‘toekomstbestendige metropool’ is in de zienswijze van harte ondersteund. Hoewel niet in de zienswijze expliciet benoemd, hoort het begrip ‘poly-centrisch’ daarbij. Poly-centrisch betekent meer spreiding van wonen, werken en voorzieningen over de hele MRA. In de MRA agenda 1.0 was sprake van veel concentratie in en rondom Amsterdam en op de as Schiphol-Almere. Dit gold ook voor investeringen.
De regio is – mede namens Hilversum – in de zienswijze positief geweest over het met elkaar werken aan een duurzame spreiding van wonen, werk en onderwijs over sterke en bereikbare deelregio's die de metropoolregio rijk is. De kracht en identiteit van de diverse deelregio’s dient – zo luidde de reactie – veel meer centraal te staan in de MRA samenwerking. Juist deze verandering van agenda 1.0 naar agenda 2.0 heeft ruimte geboden voor het kunnen aanmelden van het sleutelgebied.

Vraag 19
Hoe kan het dat u zich enerzijds naar de MRA erop beroept regionale centrumgemeente te zijn, maar zonder de kracht daarvan te benutten zoals verwoord in de regionale zienswijze, en anderzijds stelt dat Hilversum er hulpbehoevend alleen voor staat? Zouden Rijk en Provincie de centrumgemeente Hilversum en de regio Gooi en Vechtstreek niet willen helpen waar het Rijk al eerder in het kader van de regionale omgevingsvisie zich positief toonde over de regionale samenwerking?

Antwoord
Een positieve houding is niet genoeg. Besluitvorming over inzet van Rijksmiddelen volgt erkende processen voor afstemming en besluitvorming tussen Rijk en MRA. Dat geldt voor mobiliteitsmiddelen,middelen voor woningbouw (bijvoorbeeld de Bouwimpuls) en later ook voor het economisch ingestoken Groeifonds. We zien bovendien dat investeringen van bijvoorbeeld de provincie Noord-Holland of bijvoorbeeld de Nederlandse Spoorwegen steeds meer daarop worden afgestemd. Hilversum heeft de keuze daar onderdeel van te zijn, of niet.

Vraag 20
Hoe kan het dat u gelet op het raadsvoorstel ' Strategie spoorgebied 2040' voornemens bent te werken voor Hilversum aan een 'eigen strategie' (pagina 5) en tegelijk zegt definitief aan te willen sluiten bij de poly centrische verstedelijkingsstrategie van de MRA (pagina's 1 en 2).

Antwoord
Hilversum gaat over Hilversum. De poly-centrische verstedelijkingsstrategie biedt – vanwege meer spreiding van investeringen over sleutelgebieden en deelregio’s – meer kansen voor Hilversum om haar eigen strategie te realiseren. Om succesvol aan te sluiten op de trajecten die genoemd zijn bij vraag 19, is het zaak verbinding te leggen tussen de Hilversumse strategie en de strategie van Rijk en regio. Dat betekent goed kijken wat de grotere opgaven voor Rijk en regio zijn en voorstellen goed te ‘labelen’. Een van die labels is wonen en werken rondom OV knooppunten. Dit is niet verrassend, omdat deze strategie nadrukkelijk in de Nationale Omgevingsvisie is voorgezet. Het is overigens voor Hilversum geen nieuwe strategie. Hij staat duidelijk verwoord in het coalitieakkoord en er lopen al verschillende korte-termijn projecten in het spoorgebied. We gaan uit van eigen kracht en identiteit, zoals genoemd bij vraag 18.

Vraag 21
De wethouder van Almere (deelnemer aan het sleutelgebied) en bestuurlijk trekker van de MRA agenda 2.0 schrijft in de MRA agendacommissie (17 april 2020) aan de colleges in de Metropoolregio
Amsterdam dat: “De start van de uitvoering gebeurt in een tijd waarin de coronacrisis een grote impact heeft op de samenleving. Daardoor kennen ook de ambities uit de MRA Agenda een ander vertrekpunt. Verstandige plannen van vóór de coronacrisis zijn nu niet opeens onverstandig, maar moeten op onderdelen worden aangepast aan de veranderende situatie.” Blijkbaar heeft de Coronacrisis wel effect op de plannen hetgeen u in de beantwoording van eerdere artikel 41 rond het Sleutelgebied nog bestreed. Kunt u aangeven op welke onderdelen aanpassingen zijn voorgenomen, horend bij welke projecten, en welke tijdlijnen?

Antwoord
Voor veel gemeenten die plannen in uitvoering hebben (denk aan Almere, Amsterdam en Zaanstad), heeft corona impact omdat bijvoorbeeld beleggers en ontwikkelaars meer zekerheid zoeken en in heronderhandeling willen. Waar bijvoorbeeld net overeenkomsten zijn gesloten, is dat voor alle betrokken lastig. In termen van vraag naar woningen zien we overigens in de hele MRA geen vraaguitval. Voor Hilversum ligt de situatie iets anders. De grote projecten in Hilversum in het spoorgebied zijn nog niet in uitvoering, maar in voorbereiding. Dat betekent dat we in Hilversum nog niet te maken hebben met ontwikkelende partijen waarmee overeenkomsten zijn gesloten. Het voornaamste effect zal zijn dat het planproces door minder mogelijkheden voor participatie langer zal duren. Dit effect is – zoals we dat nu zien – enkele maanden.

Vraag 22
Als je kijkt naar pagina 11 van het raadsvoorstel dan lijkt het dat er eigenlijk geen open
 participatie traject meer is met de bewoners en andere belanghebbende. Er wordt niet aan de raad gevraagd om kaders te stellen alleen om het aantal woningen vast te stellen, terwijl de raad er nog helemaal niet met elkaar over heeft kunnen praten, laat staan dat ze zicht hebben op de mening van de Hilversummers. Kunt u preciezer aangeven waar wel de participanten wel of niet over mogen mee participeren? Is het meedoen voor de vorm of is het ook de bedoeling dat er ECHT iets met de input ook gedaan word?

Antwoord
De raad wordt gevraagd om het college een opdracht te geven zaken uit te zoeken, als basis voor het gesprek met de stad. Het resultaat van die opdracht is een voorlopig kader dat de richting geeft voor het gesprek met de stad en een signaalfunctie richting het Rijk. Bij kaders denken wij aan grenzen en kansen. Er liggen immers diverse grote opgaven voor Hilversum en uiteenlopende belangen: inwoners, werkgevers, werknemers, organisaties van nu én die van 2040. Wij verwijzen hierbij ook naar het advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, die pleit voor het geven van richting aan het gesprek met de stad. De gemeente Hilversum hecht veel waarde aan participatie. Dat proces willen we zorgvuldig doen, binnen de mogelijkheden die er nu zijn. Zo kijken we nadrukkelijk naar de opbrengst van de eerste ronde participatie van de omgevingsvisie (november 2019-januari 2020), waar veel Hilversummers aan hebben deelgenomen en bereiden we het participatieproces voor het najaar in de zomer met betrokkenen voor. Wij verwijzen in dit kader naar ons pre-advies over het door bewonersverenigingen ingediende burger initiatief voorstel.

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Hilversum,

de gemeentesecretaris, de burgemeester,

D. Emmer P.I. Broertjes

Verkiezingsprogramma